De IJslandse regisseur Dagur Kári maakt met een zijn
nieuwste film “Fúsi” een klein maar subtiel meesterwerkje.
Fúsi is drieënveertig jaar oud en leeft nog steeds bij zijn over
beschermende en betuttelende moeder op een klein appartement in een niet nader
vernoemde stad in IJsland. Daar vult hij de tijd met zijn dagdagelijkse
taken, zoals het ruimen van sneeuw, en zijn passionele hobby die hij samen met
een vriend beoefent. Als gevolg van zijn introverte persoonlijkheid wordt hij
in zijn omgeving en op zijn werk gezien als een vreemd iemand en door de
weinige of beperkte omgang met andere is hij vooral dan op zijn werkplaats de
kop van jut. Door een cadeau van zijn moeder, maar vooral haar vriend, proberen
ze hem wat meer uit het huis te krijgen en sturen hem op dansles. Deze gebeurtenis
zorgt ervoor dat zijn vastgeroest leventje volledig omgewoeld wordt.
De focus ligt volledig op Fúsi, een fantastische
acteerprestatie van Grunnar Jónsson, die voorgesteld wordt als een warm
persoon. Door zijn danslessen legt hij zijn eerste contacten en vriendschappen
buiten zijn vertrouwelijk wereld en bloeit hij meer en meer open. Dit lijdt
natuurlijk tot de nodige misverstanden en problemen met alle gevolgen van dien.
Hoe ontroerend mooi kan je een film niet maken? En daarbij
maakt de regisseur geen gebruik van de uitgestrekte landschappen om de
gemoedstoestand van Fúsi te onderstrepen wat een sterk pluspunt is aan deze
film. De aanwezige subtiele humor en de fantastische soundtrack, die verzorgd
wordt door scenarist Dagur Kári als lid van de IJslandse band “Slowblow”, maken het af.
Een film die mij direct zin heeft om vroeger werk van deze regisseur op te
zoeken.
